Tour du Parc du Pilat Nederlands

Tour du Parc du Pilat Nederlands

Product no.: AD40
Price excl. tax: €21.70
Price (incl. tax postage and handling): €23.00

De Tour du Parc is een aangename Route door het Franse platteland. De Route loopt door bos, landbouwgebieden en kleine dorpjes. De Route ligt ten zuiden van Lyon, in het Parc du Pilat. Het is een cirkelvormige Route en heeft een lengte van 188 kilometer. Het is redelijk goed aangegeven en makkelijk te volgen. Langs de Route moet men soms aardig klimmen of dalen; het is echter geen bergroute.

Inleiding
In Frankrijk zijn veel Lange Afstand Wandelingen. Sommige lopen door bergachtig gebied en sommige over grote afstanden zoals de GR10 die de Pyreneeën volgt van de Golf van Biskaje tot aan de Middellandse Zee. Er zijn echter ook wandelingen die meer voor het plezier zijn gemaakt. De Tour du Parc du Pilat valt in deze categorie. De naam komt van de Parc Natural Régional du Pilat; de Route volgt de grenzen van dit park.
De Tour du Parc is ongeveer 180 kilometers lang, is circulair, blijft in de buurt van civilisatie en beklimt geen bergen (maar is ook niet compleet vlak). Niet veel mensen wandelen op deze Route en vooral door de week is dit een rustige plek. Het is een perfecte wandeling als je 2 weken lekker wilt wandelen op het Franse platteland en enkele mooie en typische Franse dorpen wilt bezoeken.

Parc Natural Régional du Pilat
Frankrijk heeft grote gebieden platteland en natuur. Er is druk op deze gebieden door toerisme, bouw en projecten voor de infrastructuur. In enkele jaren kunnen deze activiteiten gebieden vernielen die eeuwen nodig hadden om zich te ontwikkelen. Om deze gebieden te beschermen heeft Frankrijk het concept van Regionale Natuur Parken ontwikkeld, waarvan er nu 40 in Frankrijk en haar overzeese gebieden zijn. In een Regionaal Natuur Park zijn de ontwikkeling van het gebied en het beschermen van het landschap en de natuur zoveel mogelijk geïntegreerd. Een Regionaal Natuur Park is daarom niet hetzelfde als een Natuur Reservaat waar het belangrijkste doel het beschermen van de natuur is.

Het Parc du Pilat is in 1974 opgericht en beslaat een gebied van 70.000 hectare en heeft ongeveer 50.000 inwoners. Het ligt ten zuiden van Lyon en ten oosten van St-Étienne. Het is genoemd naar het Pilat Plateau. De hoogte gaat van 150 tot 1430 meter boven zee niveau. Door de grote verschillen in hoogte zijn er grote klimaatverschillen. Van bijna een Middellandse zee klimaat in de Rhône Vallei tot een bijna bergklimaat in de hogere gebieden.


Water is een belangrijk bestaansmiddel en het park voorziet de belangrijke steden in de omgeving van water. Al in de Romeinse tijd werden dammen en kanalen aangelegd om water naar bewoonde gebieden te leiden. Water speelde ook een belangrijke rol in de industriële ontwikkeling; water werd o.a. gebruikt als bron van energie voor de zijde- en staal industrie. Hiervoor werd water over soms grote afstanden met kanaaltjes getransporteerd. Momenteel wordt gewerkt aan het restaureren van deze kanaaltjes, nu vooral om het wegstromen van regenwater te vertragen.

De Rhône Vallei is het zonnigste gebied van het park. De Vallei staat vol wijnvelden en boomgaarden. Enkele van de beste wijnen worden hier gemaakt; meer hierover later. De Vallei is een belangrijke route voor auto en treinverkeer naar het zuiden. Echter de meeste toeristen laten het park rechts liggen of blijven alleen onderweg een nachtje slapen. Hierdoor is het park, ook in het hoogseizoen, niet druk.

Het centrum van het park wordt gevormd door de Pedrix en Oeillion bergrug. Beide zijn hoger dan 1000 meter en zijn van ver te zien. Dennenbossen en heide bedekken deze gebieden. Vanaf deze plekken en bij mooi weer is er een mooi uitzicht en zijn de Alpen zichtbaar in het oosten. Er zijn skigebieden in dit gebied.

Het westelijk gedeelte van het park kijkt uit over de industriesteden St-Etienne en St-Chamond. St-Etienne is een van de steden waar de industriële revolutie in Frankrijk begon. Het was ook het beginpunt van de eerste spoorweg; deze liep van St-Etienne naar de Loire om kolen naar Parijs te transporteren. Beide steden domineren het uitzicht voor enige afstand langs de Route. De bossen leverden hout voor de kolenmijnen bij St-Etienne. De toeristenindustrie is niet ver ontwikkeld in dit deel van het park en accommodatie niet ruim beschikbaar. Fietsers hebben echter het park ontdekt en je komt ze op verschillende wegen en paden tegen, vooral in het weekeinde. Helaas worden dezelfde paden ook intensief door trail bikes en quads benut en deze bederven de rust en vernielen de paden.

Het Noordelijk gedeelte is het laagste gedeelte van het park. Hier zijn vooral melkveehouderijen en boomgaarden. De Tour du Parc steekt hier enkele riviertjes over, deze en hun dalen zijn een mooie onderbreking in het soms wat eenzijdige landschap.

Langs de route
Omdat het hoofdkwartier van het park in Pélussin is gevestigd, is dit mooie plaatsje als startpunt genomen voor de Tour du Parc. Pélussin is een oud plaatsje en heeft 2 centrums. Het oudste centrum is gelegen in het hoogste gedeelte van het stadje. Het wordt beheerst door een kasteel dat het hoofdkwartier huisvest, evenals de toeristen informatie. Pélussin ligt in een agrarisch gebied en heeft een grote kaasfabriek. Door sommigen wordt het de appelhoofdstad van de wereld genoemd. Dit is misschien wat ambitieus, het klopt echter dat hier veel appels gekweekt worden.


Bij het verlaten van Pélussin daalt de Route af in de Rhône vallei, door weilanden, wijnvelden en boomgaarden. Onderweg doet de Route Malleval aan. Dit dorpje, hoog gelegen tussen 2 riviertjes, was eens strategisch belangrijk en is een bezoek waard.

Bij St-Pierre-de-Boeuf loopt de Route een aantal kilometers langs de Rhône, waarna het weer uit de Rhône Vallei vertrekt en over korte afstand 200 meter bergopwaarts gaat. Onderweg kom je bekende wijngaarden tegen die Côte du Rhône wijn produceren. Aan de rand van de vallei wordt de Route vlakker en gaat langzaam omhoog door het platteland.

Industrie is hier landbouw georiënteerd; er zijn grote en kleine wijnproducenten en grote appelboomgaarden. De appels die hier groeien worden gebruikt om appelsap van te maken. Laat in het seizoen hangen vaak nog enkele appels aan de bomen, lekker voor een frisse hap.

De Route gaat daarna verder bergopwaarts op beboste heuvels en bereikt bij Croix du Jean (een van de vele kruisen langs de Route), een hoogte van 700 meter. Na het dorpje Eteize gaat de Route over een heuvel en komt daarna aan bij de Lac du Ternay, een stuwmeer, omringd door grote naaldbomen en voor de locale bevolking een geliefde plek voor een picknick. Vanaf het meer is het een relatief vlak traject naar St-Marcel-lès-Annonay. Vanaf St-Marcel-lès-Annonay op 435 meter is het echter een steile klim naar La Croix de Chirol op 915 meter. Op een warme dag zal er wat afgezweet worden want er is onderweg weinig schaduw. Er was veel bos in dit gebied, maar een aantal jaren geleden hebben bosbranden grote gebieden vernield. Er is gestart met nieuwe aanplant maar het zal nog jaren duren voordat deze bomen enige schaduw geven. Vanaf La Croix de Chirol heb je een geweldig vergezicht over de omgeving.


Vanaf La Croix de Chirol gaat de Route verder naar het landelijke en rustige dorp Burdignes. Daarna gaat het langzaam bergopwaarts door dennenbos naar het hoogste punt op de Route, op 1300 meter. Vanaf hier gaat het bergafwaarts naar Le Tracol, een pas tussen de valleien van de Deôme Rivier en de Ruisseau (beek van) de St-Meyras. De meeste dorpjes zijn omringd door weilanden en akkers en daarna door bos. Op de kaart is dit vaak goed te zien.

Marlhes is het volgende dorp. Opvallend is dat een boek is geschreven naar aanleiding van historisch onderzoek naar het leven van de bevolking in de 19e eeuw: "The Peasants of Marlhes: Economic Development and Family Organization in Nineteenth-Century France", door James R. Lehning. Le Rozet, kort voor Marlhes, is de geboorteplaats van St-Marcellin, de oprichter van de broeders Maristen, een katholieke congregatie gericht op de opleiding van de armen.

De Route doet St-Genest-Malifaux niet aan. Dit plattelands stadje kan echter belangrijk zijn in verband met de accommodatie en andere faciliteiten. Het kan vanaf de meeste dorpjes langs de Route eenvoudig per bus of taxi bereikt worden. Vanaf Marlhes gaat het naar Jonzieux, bekend van de fabricage van zijden banden en kwasten e.d. Er is een museum over het maken van de banden en kwasten. Het dorp had vroeger verschillende producenten van deze artikelen, slecht enkele zijn nu nog in bedrijf. De huizen die voor de productie werden gebruikt zijn te herkennen door hun hoge vensters. De familie leefde meestal op de begane grond, terwijl de weefgetouwen op de 1e verdieping stonden. Om de kleur en het weven te controleren, waren de vensters zo hoog.

St-Romain-les-Atheux, is enkele kilometers van Jonzieux verwijderd. Als je in Jonzieux hebt overnacht kom je hier redelijk vroeg aan. Bij het dorpsplein, in de buurt van de kerk, is een bakker en mijn advies is om hier een lekker gebakje te halen. Vanaf St-Romain-les-Atheux voert de Route naar de Barrage de Cotatay, een stuwdam. De laatste kilometer naar de dam is bergafwaarts en onderaan de dam is een leuke plaats voor een picknick. Vanaf de dam gaat de Route verder in een vallei en is relatief vlak. Aan de rand van de vallei gaat de Route verder omhoog door weilanden en velden en later bos.

Planfoy is in deze omgeving bekend om zijn Via Ferrata, een met staalkabels uitgezet parcours langs een rotswand. Vanaf Planfoy gaat de Route weer verder naar een stuwmeer en dan langs de kant van een vallei naar Rochetaillée. In dit dorp zijn ruïnes van een groot versterkt kasteel. Door de steile hellingen was dit kasteel eenvoudig te verdedigen. Er werd in 1173 al melding van gemaakt en het speelde een belangrijke rol in locale conflicten.

Het gehucht Salvaris is de volgende bestemming. Dit vereist wel enige inspanning, het is 200 meter hoger gelegen dan Rochetaillée. De beloning is echter groot want hier is een restaurant dat meestal open is. Na een lange afdaling kom je aan in Chirat, met een ander restaurant. De keren dat ik hier langs kwam was deze echter meestal gesloten. Het ziet er hier erg boerderijachtig uit.

Verder afdalend kom je aan in de buitenwijken van St-Chamond. Dit is een industriestad met een lange geschiedenis van wapen- en zijde-industrie en kolenmijnen. De Route gaat om de stad heen. Verder aan de Route is het belangrijke klooster van de Broeders Maristen; Notre Dame de l'Hermitage, gelegen. St-Marcellin, de stichter van de Broeders Maristen, is hier begraven.

La-Terasse-sur-Dorlay is een klein dorpje in een vallei. Net buiten het dorp is La Maison des Tresses et Lacets, een klein museum over het maken van lint en draad.


Het dorp St-Croix-en-Jarez is een voormalig Kartuizer klooster. Het is gebouwd in de 13e eeuw door Kartuizers. Tijdens de Franse revolutie werden de monniken uit het gebouw gezet en werd het klooster een dorp. De gebouwen zijn in grotendeels onveranderd. De Kartuizers zijn een contemplatieve orde, het bijzondere aan deze orde is dat de monniken als een soort kluizenaar leven maar wel samen het gebouw en een aantal rituelen delen.

Vanaf St-Croix-en-Jarez gaat de Route omhoog en passeert bij het gehucht Jurieuz een kapel. Verder omhoog kom je aan bij de Roches de Marlin; de Rotsen van Marlin. Typisch aan deze rotsen is dat er door mensen gemaakte gaten in zijn gevonden. Deze gaten liggen in lijn met de gaten die 2 kilometer verder in andere rotsen zitten. De achtergrond van deze gaten is een raadsel.

Van Dizimieuz gaat de Route omlaag in een kleine vallei en later naar een andere vallei en dan verder door open velden. Het gaat om het dorp Échalas heen. Voor proviand e.d. is dit dorp echter belangrijk. Vanaf Croix Régis heb je, als het weer dit toelaat, een goed uitzicht. Daarna gaat de Route weer omlaag, richting Rhône Vallei; bij Semons gaat het stijl bergafwaarts. Na onder een drukke weg en spoorlijn door gegaan te zijn (meer hierover in de Route beschrijving), kom je aan in een klein natuurreservaat: Île du Beurre, Boter Eiland. Hier leven bevers en op een vreemde wijze is het eiland naar deze beesten genoemd. De Route gaat langs enkele observatieplekken en langs het informatiecentrum van het reservaat.

De Route gaat verder op de oever van de Rhône. Het komt in de buurt van de stad Condrieu maar bezoekt deze niet. Condrieu is bekend om zijn wijnen en voor Rigotte de Condrieu, een kleine geitenkaas. Het heeft de Rhône aan de ene kant en de hoge en steile hellingen met wijnvelden van het Rhône dal aan de andere kant. Vanaf Condrieu gaat het weer omhoog, uit het Rhône dal. Eenmaal uit het dal gaat de Route door agrarisch gebied en komt daarna aan in Pélussin en de route is rond.

Côte du Rhône
Het Rhône dal is een van de belangrijkste wijnproducerende gebieden in Frankrijk en geeft de naam aan de Côte du Rhône wijnen; Côte du Rhône is de naam voor alle wijn die in het Rhône dal wordt geproduceerd. De appellation Côte du Rhône werd in 1966 geïntroduceerd en is van toepassing op de wijn uit 95 gemeenschappen. De wijn uit deze gemeenschappen moet voldoen aan regels die voorschrijven welke variëteiten in de wijn kunnen worden gebruikt, de manier van groeien, de maximale opbrengst en de wijn productie methode. Zestien dorpen kunnen hun naam op de Côte du Rhône appellation zetten.

Côte du Rhône wordt geproduceerd in 2 verschillende gebieden, de Noordelijke Rhône, zuid van Lyon en de Zuidelijke Rhône, zuidelijk van Montelimar; dit laatste gebied produceert ongeveer 90% van alle Côte du Rhône. De noordelijke Côte du Rhône wijnen worden op beide hellingen van de Rhône geproduceerd. De westelijke oever beslaat een klein maar speciaal gebied; hier worden de druiven gekweekt op steile hellingen die op het zuiden gericht zijn. De Route gaat door dit gebied die te scheiden is in 3 duidelijke en beroemde afzonderlijke gebieden: de Côte Rotie, Condrieu en Saint Joseph.

De Côte Rotie is een rode wijn die in het gebied om de stad Ampuis geproduceerd wordt. De wijn bevat een minimum van 90% Syrah druiven en kan aangevuld worden met witte Viognier druiven om de smaak te verbeteren en te verzachten. Het wordt beschreven als een robuuste, maar elegante wijn met een rijk boeket van smaken van noten en rode vruchten maar ook ham wordt genoemd. De Route gaat bij Semons door dit gebied.

De appellation Condrieu komt uit het gebied ten zuiden van Côte Rotie en beslaat de wijngaarden van de dorpen Verin, St-Michel en Condrieu. De Condrieu wijn is een witte wijn, gemaakt van de Voignier druif en wordt beschreven als een rijke wijn met een aroma van abrikozen, peer en amandelen. Soms wat zoet.

De Saint Joseph wijn komt uit het gebied ten zuiden van Gavanay. Na St-Pierre-de-Boeuf gaat de Route door dit gebied. De Jezuïeten gaven in de 17e eeuw de naam aan de wijn. Er is een rode en een witte versie. De rode wijn wordt geproduceerd met Syrah druiven die maximaal met 10% Roussanne of Marsanne druiven gemengd mogen worden. De rode wijn wordt beschreven met zijn frambozen en bramen smaak. De witte wijn wordt gemaakt van Roussanne en Marsanne druiven, dit maakt het een geheel ander wijn dan de noordelijke Condrieu. De wijn smaakt naar honing en acacia, veldbloemen.












Wanneer te gaan
Wanneer de beste tijd is om de Route te wandelen, hangt af van de weersomstandigheden, de beschikbare uren met daglicht en de beschikbaarheid van accommodatie. Wat het weer betreft is de beste tijd tussen april en eind oktober. Dit is ook de periode met genoeg uren daglicht om een goede afstand te lopen. Verder is tijdens deze periode de meeste accommodatie beschikbaar; sommige hotels gaan in januari - februari zelf op vakantie en campings zijn vaak van oktober tot april gesloten.

Waar beginnen en hoe kan je daar komen
Mijn favoriete plaats om te starten is Pélussin. Het is een klein pittoresk stadje en is een goede plaats voor informatie, onderdak en winkels. In Pélussin is ook het hoofdkwartier van het Parc du Pilat. Om met de auto in Pélussin te komen is geen probleem, per openbaar vervoer kost meer tijd. Omdat de Route rond is kan echter op ieder punt van de Route gestart worden.
Per trein: De kans is groot dat Lyon de eerste bestemming is als je naar de Route reist. Lyon ligt ten noorden van het Parc du Pilat en is goed bereikbaar per vliegtuig, trein of auto. Zowel St-Chamond als Condrieu liggen in de buurt van de Route en zijn per trein bereikbaar.
Gezien de frequente treinverbinding, (globaal 2x per uur vanaf Lyon Part Dieu station) is mijn advies om in St-Chamond te beginnen. Voor beide stations wordt de Route naar de Tour du Parc aangegeven.
St-Chamond ligt in het westelijk gedeelte van het park, bij kilometer 113. Vanaf het station is het 3.2 kilometer lopen tot aan de Route. In Lyon zijn 2 stations met verbindingen naar St-Chamond; Lyon Part Dieu en Lyon Perrache. Vanaf beide stations gaat globaal 1x per uur een trein naar St-Chamond.
Condrieu ligt in het oostelijk gedeelte van het park, bij kilometer 166. In Lyon zijn 2 stations met verbindingen naar Condrieu (station St-Clair-Les-Roches); Lyon Part Dieu en Lyon Perrache. Vanaf beide stations gaan globaal 5 treinen per dag naar St-Clair-Les-Roches. Dit station ligt aan de andere kant van de Rhône. Vanaf het station is het ongeveer 1 kilometer lopen tot aan de Route bij Condrieu. Vanaf Condrieu kan je eventueel per bus naar Pélussin.
Per Auto; oostelijk gedeelte: als je met de auto reist en in het oostelijk gedeelte van de Route wilt starten, volg dan vanuit Lyon de A7/E15, richting Marseille. Neem afslag 10 en ga op de N86 in de richting van Condrieu. Deze weg kruist de Route bij Condrieu. Voor Pélussin, sla rechts af op de D7, in de richting van Pélussin.
Per Auto; noordwestelijke gedeelte: wanneer je in het noordwestelijke gedeelte wilt starten, volg dan vanuit Lyon de A47/E70 en later de N88/E70 in de richting van St-Etienne. Neem afslag 13 en ga verder op de D88 en later de D7 in de richting van St-Paul-en-Jarez ga daarna verder naar La-Terasse-sur-Dorlay om de Route op te pakken.
Per Auto, zuidelijke gedeelte: wanneer je in het zuidelijke gedeelte wilt starten, volg dan vanuit Lyon de A47/E70; en later de N88/E70 in de richting van St-Etienne. In de buurt van St-Étienne op de N88. Volg de N88 tot aan afslag 24; "Annonay, Col de la République, Bourg Argental, Bellevue, Hôpital Bellevue". Neem deze afslag en volg de weg naar Planfoy. Kort daarop kom je aan op de N82 die de Parc du Pilat van west naar oosten kruist. Een belangrijk deel van het zuidelijk traject van de Route ligt op korte afstand van deze weg.
Hoeveel tijd is er voor nodig

De Tour du Parc is ongeveer 180 kilometers lang. Hoeveel dagen nodig zijn om deze te lopen, hangt af van wat voor soort wandeling je in gedachte hebt. Als je voor de sport wandelt, kan je binnen een week de Route gelopen hebben. Echter wanneer het erg warm is wordt dit niet aangeraden. Wanneer je wilt genieten van het Franse platteland, de pittoreske dorpjes wilt bezoeken en een rustdag neemt, kan je makkelijk 2 weken nodig hebben.

Wanneer je minder grote afstanden aflegt, heeft dit als nadeel dat aan het einde van de dag minder onderkomens beschikbaar zijn, echter je hebt mogelijk meer tijd om alternatieve accommodatie te bereiken. In de bijlagen geeft de Route en Accommodatieplanner de afstanden tussen de verschillende bestemmingen.

Wat mee te nemen
Wat je meeneemt op de Route is o.a. afhankelijk van de omstandigheden van de Route, het weer dat je kunt verwachten, de beschikbare accommodatie. Hieronder volgen enkele zaken die belangrijk zijn voor het maken van de paklijst.
Omdat weinig Fransen een andere taal dan Frans spreken is in ieder geval een Frans Nederlands woordenboekje al handig.

Noodgevallen: Ongelukken en andere ongemakken komen helaas voor. Denk aan schaafwonden, blaren, hondenbeten, gebroken ledematen en dergelijke. Het is niet mogelijk om op alle noodgevallen voorbereid te zijn. Enkele basis voorbereidingen zijn wel wenselijk. Hieronder enkele zaken die in een basis EHBO-set horen.
Voor het verzorgen van verwondingen en gebroken of verstuikte ledematen, neem enkele grote en kleine snelverbanden mee en een elastisch verband. Voor kleine verwondingen zoals blaren, snij en schaafwondjes, een desinfectans zoals Betadine (niet als je allergisch bent voor jodium), pleisters en leukoplast, Compeed blaarpleisters, een schaar, zalf en enkele veiligheidsspelden. Verpak dit in een stevige en waterbestendige verpakking en zorg ervoor dat dit makkelijk in de rugzak te bereiken is.


Neem verder mee: een thermometer, nooddeken, pijnbestrijding zoals paracetamol en een zakmes. Voor het roepen om hulp: een fluit en een zaklamp. Met je mobieltje kan je hulp inroepen, maar niet de hele Route heeft mobiel bereik. Het noodnummer is 112.

Vergeet niet, dat al deze zaken van weinig nut zijn als je niet weet hoe ze te gebruiken. Basiskennis van EHBO en het voorbereid zijn op noodsituaties, zijn belangrijker dan een uitgebreide EHBO-kist.
Gelukkig is de meest waarschijnlijke 'noodsituatie' een zonnebrand, en dit kan makkelijk worden voorkomen; neem dus een petje mee en zonnebrandcrème. Breng verder wat toiletpapier mee voor die andere noodsituatie.
Situatie van de Route: Het grootste deel van de Route gaat over onverharde land- en boswegen. Sommige delen gaan over verharde wegen en enkele korte stukken gaan over paden. Op enkele stukken zijn goede wandelschoenen essentieel; er zijn enkele afdalingen met veel losse stenen en wegen en paden kunnen modderig zijn. Als een lichte rugzak wordt gedragen (veelal als van hotel/pension naar hotel/pension wordt gelopen) volstaan klasse B schoenen. Klasse B/C tot C schoenen bij een zwaardere rugzak (bij kamperen en/of veel bagage). Onder droge weersomstandigheden kan het grootste deel van de Route met stevige wandelsandalen worden gelopen.

Water: Leidingwater in Frankrijk is drinkbaar. Mineraalwater is vrijwel overal te koop. Er zijn enkele stukken langs de Route waar weinig drinkwater te krijgen is. Wees daarom voorbereid om op warme dagen extra water mee te nemen en regelmatig te drinken. Op een warme dag heb je minimaal 2,5 tot 3,5 liter water nodig. Donkere urine betekent dat je mogelijk begint uit te drogen, dat betekent meer drinken. Sommige frisdranken, koffie en thee bevorderen dat je meer urineert en dus meer drinken nodig hebt. Vermijd daarom deze dranken op warme dagen. Naast het drinken, is het belangrijk aandacht te besteden aan de hoeveelheid zout die je inneemt. Dus in plaats van de hele dag zoetigheid te eten, is het aan te raden ook gezouten chips of pinda's mee te nemen. Sportdranken of sportpoeders, die in water worden opgelost, kunnen hierbij ook handig zijn.

Eten
Ontbijt: Ontbijt is veelal een vast onderdeel van de accommodatie. Als je dus niet kampeert of in een Gîte d'Étape verblijft, hoef je je geen zorgen te maken over het ontbijt. Als je tenminste genoeg hebt aan een klein glas sinasappelsap, een grote kop koffie met melk en wat wit brood met boter en jam. In de meeste gevallen is dus het ontbijt geregeld.
Middageten: In de meeste dorpen is een bakkertje en een bar-restaurant. Dat lost de situatie van het middageten meestal op.
Avondeten: Kan in een lokaal restaurant of het hotel worden gebruikt. Sommige Chambres d'Hôtes verzorgen avondeten (veelal een aanrader) of hebben een keuken beschikbaar. Dus meestal is het avondeten geregeld.
In de meeste situaties is het eten geregeld. Maar dan zijn er ook de dagen dat het restaurant of hotel een vrije dag heeft of op vakantie is. Je kunt aankomen bij een Chambres d'Hôtes waarvan de eigenaar niet kookt of die geen keukenfaciliteiten heeft. Er zijn ook delen van de Route zonder bakker of winkel. Voor die situaties is het wenselijk om voor enkele dagen eten mee te nemen.

Veelal is er langs de Route fruit beschikbaar. Afhankelijk van het seizoen kunnen dit appels, kersen, druiven of bramen zijn. En je hoeft ze niet te jatten want meestal zijn er wel verwilderde fruitbomen om van te plukken.

Het beste is echter wanneer je rond lunchtijd aankomt bij een restaurant. Ik ben iedere keer weer blij verast bij de kwaliteit van de Franse keuken en de redelijke prijs van de menu's. Na de lunch, zoek een dikke boom op en neem een siësta in de schaduw; zo hoort het wandelen in Frankrijk te zijn; Bourgondisch wandelen!!

Weer: Het klimaat in dit deel van Frankrijk is prima voor het wandelen. Waarschijnlijk heb je meer bescherming tegen de zon nodig dan tegen de regen of kou. Neem daarom een petje en zonnebrandcrème mee. Neem tegen de regen een regenjas mee. Als je het je kunt veroorloven, een stevige jas, die bestendig is tegen het dragen van een rugzak. Bij voorkeur is deze jas gemaakt van dampdoorlatend materiaal. In het geval van slecht weer zijn sommige gedeeltes van de Route redelijk beschut door bos, andere delen zijn echter open zonder veel bescherming.

Als je de Route tegen het einde of het begin van het wandelseizoen loopt, wees dan voorbereid op koud weer, regen, mist en zelfs sneeuw. Vergeet niet dat de Route voor een deel door gebieden gaat waar bij sneeuw wordt geskied en dat sommige delen op grotere hoogte liggen. Neem daarom kleding mee die je niet alleen minimaal tegen deze elementen beschermt, maar je ook comfortabel houdt. Het maakt het wandelen bij slecht en koud weer een stuk aangenamer.

De Winters in dit gebied zijn over het algemeen mild en het is mogelijk om in de periode van eind oktober tot april te wandelen. Zelf heb ik de Route zonder problemen eind november, begin december gewandeld (Echter de laatste keer lag er enkele dagen nadat ik door het gebied rond Marlhes-Jonzieux was getrokken, 20 centimeter sneeuw). Bij een zachte winter zijn de korte dagen het grootste probleem. Echter, bij een strenge winter met sneeuw en storm wordt het wandelen van de Route een ander verhaal. Het risico van verdwalen en ongevallen wordt groter en sommige delen van de Route zijn zonder bescherming tegen de elementen en meerdere kilometers verwijderd van de bewoonde wereld. Het wandelen in de winter wordt daarom afgeraden en als je het al doet, neem dan de juiste voorbereidingen, zorg voor de juiste kleding en uitrusting en weet hoe deze te gebruiken.

Honden en andere dieren
Langs de Route kom je honden tegen. De meeste netjes aan de lijn of achter een hek om de baas, thuis en vee te beschermen. Deze kan je negeren. Dan zijn er de honden die niet aan een lijn lopen of zich achter een hek bevinden maar wel bezig zijn om baas, huis en vee te beschermen. Dan wordt het tijd om uit te kijken. Maar wees vooral op je hoede als je een hond ziet, vooral als het er meer dan één is, die alleen rondloopt zonder dat de baas in zicht is.

Maar laat dit je niet al te bang maken; ik heb meerdere malen in het Pilat gebied gewandeld en de honden gedroegen zich zoals verwacht, bewaakten hun huis, baas en het vee met een hoop lawaai (soms ten koste van mijn ego) en niet met hun tanden. Een andere geruststellende gedachte is dat een hond met een reputatie van het aanvallen van wandelaars meestal aangelijnd is, of dood.
Het meenenem van je eigen hond is gezellig en veel accommodaties vinden het prima als je je hond meeneemt (soms word een klein bedrag in rekening gebracht). Ik heb echter geen ervaring hoe het is om een hond bij je te hebben als er zoveel waakhonden zijn; sommige niet aangelijnd of achter een hek. Wanneer je van plan bent een hond mee te nemen; denk hier dan goed over na!
Andere dieren zoals schapen, varkens en koeien zitten meestal achter een hek of schrikdraad. De kans is echter reëel dat je enkele meer avontuurlijke types tegenkomt die ontsnapt zijn uit hun weiland. De meeste dieren zullen meer bang van jou zijn dan omgekeerd. Gewoonlijk ga ik aan de kant staan om ze voorbij te laten gaan. Wanneer ze mijn weg blokkeren, loop ik tussen ze door, als ik me echter niet prettig voel bij de betreffende groep beesten, maak ik een omweg.

Onderdak
Er zijn verschillende vormen van accommodatie langs de Route en je hebt ze vrijwel allemaal nodig om de totale Route te wandelen. Een compleet overzicht van de accommodaties op of in de buurt van de Route en een indicatie van de prijzen is te vinden in de Route en Accommodatie planner. Gespecialiseerde accommodatie voor wandelaars zoals de Gîtes d'Étapes zijn helaas zeldzaam. In het oostelijke gedeelte van de Route zijn de accommodaties dicht bij elkaar en je kunt redelijk kiezen welke afstanden je iedere dag wilt lopen. In het westelijke gedeelte liggen de accommodaties verder uit elkaar en ben je mogelijk gedwongen wat langere afstanden te wandelen. Zijwegen naar accommodatie zijn beschreven in de Route beschrijving en op de kaart aangegeven. Wees er op voorbereid dat het een enkele keer nodig kan zijn om per taxi/bus/liften een accommodatie te bereiken die niet direct aan de Route ligt.

Het is verstandig om accommodatie minimaal een dag van te voren te boeken, vooral in het weekeinde. Bij de accommodaties verwacht niet dat de eigenaar Engels (of Nederlands) spreekt; weinig kunnen dit. Het maken van een telefonische reservering kan hierdoor moeilijk zijn. Indien nodig, vraag het personeel van de accommodatie waar je verblijft, de reservering voor je te maken.

Hotels: Het merendeel van de nachten kan in hotels geslapen worden. Sommige van deze hotels zijn in pittoreske dorpen gelegen zoals Malleval of St-Jean-de-Croix. Er is een grote variëteit van niveaus; sommige zijn comfortabel en sommige zijn erg eenvoudig. De meeste hotels voorzien in eenvoudige accommodatie voor de locale behoeften en hebben geen zwembad of sauna. Vaak zijn het familiebedrijven, hebben een wekelijkse sluitdag en zijn soms gesloten wanneer de familie zelf op vakantie gaat. Normaal is deze vakantie aan het begin van het jaar, maar omdat de hotels niet vakantieseizoen afhankelijk zijn kan dit ook tijdens het toeristenseizoen gebeuren. De wekelijkse sluitdagen worden vaak flexibel toegepast en gelden vooral voor het restaurant en niet zozeer voor het hotel. In de accommodatielijst staat aangegeven wat de wekelijkse sluitingsdag is.
Chambres d'Hôtes: In Frankrijk wordt een Bed and Breakfast met één kamer een Chambre d'Hôte genoemd, een Chambres d'Hôtes wanneer deze meerdere kamers heeft. In deze gids wordt alleen de term Chambres d'Hôtes of Pension gebruikt. De Chambres d'Hôtes zijn de meest comfortabele accommodatie langs de Route en sommige zijn op mooie plekjes te vinden. Naast een ontbijt worden veelal geen andere maaltijden geserveerd. Echter, sommige serveren avondeten; Table d'Hôte (veelal een aanrader). Sommige hebben keuken faciliteiten.
Kampeerplaatsen: Kampeerplaatsen zijn vooral te vinden in het oostelijke deel van de Route en het is niet mogelijk om voor de hele Route kampeerplaatsen te gebruiken. Echter, wanneer toestemming wordt gevraagd is het eventueel mogelijk om te kamperen bij een boerderij of huis. Zelf heb ik hier echter geen ervaring mee. Op deze wijze is kamperen de meest flexibele manier om de Route te wandelen. Officiële kampeerplaatsen zijn meestal open van april tot half oktober maar sommige plaatsen zijn het hele jaar open.
Gîtes d'Etape: In Frankrijk zijn weinig jeugdherbergen, maar een Gîte d'Etape is een goed alternatief voor wandelaars. Geslapen wordt in een (gemengde) slaapzaal, meestal zijn er kookfaciliteiten en in sommige zijn maaltijden beschikbaar. Niet allen hebben lakens en dekens dus je hebt een eigen slaapzak nodig. Ze zijn betaalbaar maar kunnen eenvoudig zijn. In een aantal gevallen moet de sleutel van de Gîte in het dorp bij de beheerder worden opgehaald. Langs de Route zijn ongeveer 9 Gîtes d'Étapes.

Kosten van onderdak: Het wandelen van de Tour du Parc is gratis als je de slijtage van je uitrusting niet meeneemt. Als je alleen wandelt en kampeert of in Gîte d'Étapes slaapt, dan kan de Route met een beperkt budget worden gelopen. Een nacht op een kampeerplaats kost ongeveer 5 Euro's en een nacht in een Gîte d'Etape tussen de 10 - 15 Euro's per persoon. Als je hierbij je eigen eten verzorgt kost dit nog eens 10 Euro. Het is echter moeilijk de hele Route te lopen met alleen gebruik van kampeerplaatsen of Gîtes d'Etapes. Op deze dagen heb je een (duurder) alternatief nodig. Voor een Chambres d'Hôtes of hotel, betaal je ongeveer 30-50 Euro's per nacht, per persoon, inclusief ontbijt.

Wanneer je met meerdere mensen loopt worden het verschil per persoon tussen een Gîte d'Etape en een Chambres d'Hôtes/Hotel minder omdat een Gîte d'Etape per persoon rekent en een Chambres d'Hôtes/Hotel per kamer (wel betaal je een extra 5-10 Euro voor het ontbijt).

Een warme lunch of avondeten in een eenvoudige Chambres d'Hôtes of restaurant kost ongeveer 15 tot 20 Euro's voor een eenvoudig menu (voorgerecht, hoofdgerecht, kaasplank, toe), exclusief drankjes.

Andere faciliteiten aan de Route
Langs de Route zijn de winkels en bv. de banken niet evenredig verdeeld. Deze faciliteiten zijn vaak wel in de buurt van de Route te vinden en kunnen met de bus of een zijweg bereikt worden. De spreiding van deze faciliteiten is minder een probleem wanneer je per dag grote afstanden aflegt omdat je dan meerdere dorpen per dag aandoet. Als je op een meer ontspannen manier op pad bent, zal je op sommige delen meer voorraad bij je moeten dragen. Voor een aangename wandeling, plan wat je onderweg nodig hebt en vergeet de weekeinden niet in deze planning op te nemen.
Winkels: Op het Franse platteland zijn winkels veelal de hele week open, behalve op zondagmiddag. Veel winkels kennen een lange lunchpauze (van ongeveer 12.00 – 16.00 uur) en sommige hebben een sluitingsdag of middag. Langs de Route zijn er winkels in Pélussin, St-Pierre-de-Boeuf, St-Marcel-les-Annonay, Marlhes, Jonzieux, Planfoy en een supermarkt in Condrieu. In La-Terasse-sur-Dorlay is een kleine winkel en in St-Croix-en-Jarez kunnen enkele artikelen gekocht worden. Via een zijweg of een bus kunnen in de volgende plaatsen winkels bereikt worden: Maclas, St-Julien-Molin-Molette, Bourg-Argental, St-Saveur-en-Rue, St-Genest-Malifaux, St-Étienne, St-Chamond, Echalas.
Banken: In Pélussin and Condrieu zijn geldautomaten. Andere geldautomaten zijn per bus of zijweg bereikbaar in Maclas, Bourg-Argental, St-Genest-Malifaux, St-Étienne, St-Chamond.

Openbaar vervoer: Zoals genoemd is de Tour du Parc per trein te bereiken in de buurt van Condrieu en St-Chamond. In de Parc du Pilat zijn verschillende buslijnen maar weinig bussen. De buslijnen zijn vooral gericht op kinderen die naar school gaan. Veel buslijnen stoppen tijdens het weekeinde of de schoolvakanties. In de bijlagen wordt een overzicht van de buslijnen gegeven. De tijden in dit overzicht komen overeen met de tabellen zoals deze op het internet te vinden zijn. Wanneer het halen van een vliegtuig of trein afhangt van het reizen op een specifieke bus, neem dan vooraf contact op met de busmaatschappij of de tijden (nog) kloppen. Taxi's zijn ruim beschikbaar. Nummers staan in de Route en Accommodatie planner.

Kaarten
De kaarten in deze gids, samen met de Routebeschrijving, zouden genoeg moeten zijn om te voorkomen dat je verdwaalt. Het is echter handig om een breder perspectief van het gebied rond de Route te hebben, bv in het geval dat je wilt stoppen en terug wilt naar het startpunt. Voor dit doeleinde is de "Carte du Parc, randonnées et découvertes", een 1:50.000 kaart gepubliceerd door de Parc Natural Régional du Pilat, perfect. Het omvat het gehele Parc du Pilat, inclusief de Tour du Parc en geeft bezienswaardigheden en andere wandelroutes aan. Het kan worden besteld op de website van het: www.parc-naturel-pilat.fr. Op deze website, die ook in het Engels beschikbaar is, zijn ook andere publicaties beschikbaar; allen in het Frans.

Het Institut Geographic National (www.ign.fr) geeft 2 kaarten uit (ET 2933 and ET 2934) in de schaal 1:25.000. Samen dekken deze kaarten vrijwel het gehele gebied van de Tour du Parc. Slechts kleine delen van het noorden en oosten ontbreken. Het formaat van de kaart is echter te groot om mee te wandelen. De kaarten kunnen via internet besteld worden.


 

Search site

Contact

WalkingTrails of the World 5 Meiplein 11
6701 DW
Wageningen
the Netherlands
0031651591471